Bekende gevangenen 16de-eeuw

Catharina de Chasseur (ca. 1490-1541)

Gerrit van Assendelft, telg uit een machtig, adellijk geslacht, wordt in 1515 door Keizer Karel V benoemd tot raadsheer bij het Hof van Holland. Vanaf 1528 tot aan zijn dood in 1558 is hij zelfs president van het Hof. Tijdens zijn studie rechten in Orléans trouwt hij met Catharina de Chasseur, een herbergiersdochter. Dit zeer tot ongenoegen van zijn familie, die geen vrouw uit het gewone volk wil accepteren.

Terug in Holland leeft het paar al snel gescheiden van elkaar. Catharina krijgt een jaargeld van Gerrit, maar dit is blijkbaar niet voldoende. Ze begint zich toe te leggen op het slaan en verspreiden van valse munten. In 1541 wordt ze gearresteerd en voor het Hof van Holland geleid. Haar man is bij deze rechtszaak niet aanwezig. Tijdens haar proces zit Catharina vast in een Gajool. Ze wordt uiteindelijk schuldig bevonden door het Hof en veroordeeld tot de brandstapel. Om echter haar schoonfamilie de schande van een openbare executie te besparen, besluit de landvoogdes Maria van Hongarije dat ze in stilte ‘metten watere’ zal worden geëxecuteerd. In de nacht van 11 op 12 april 1541 brengt de beul haar naar de Pijnkelder en bindt haar op de pijnbank. Hij zet een trechter in haar mond en giet daar zoveel water in dat ze verdrinkt. Nog diezelfde nacht wordt ze in het geheim begraven.

Dirck Volckertszoon Coornhert (1522-1590)

Coornhert is van 1562 tot 1567 stadssecretaris van Haarlem. Hierdoor neemt hij deel aan de Statenvergaderingen op het Binnenhof. Zo komt hij ook in contact met invloedrijke opstandelingen tegen het Spaanse gezag, zoals de Prins van Oranje. In 1567 wordt het te gevaarlijk voor hem. Hij neemt ontslag en vlucht, maar wordt al snel opgepakt en vastgezet in de Gevangenpoort. Hij weet zich echter vrij te pleiten en vindt asiel in Duitsland. In 1572 komt hij terug in Nederland en wordt secretaris van de Eerste Vrije Statenvergadering van Holland. Ook nu moet hij al snel weer vluchten. Ook na een tweede terugkeer blijft hij door zijn pleidooien voor religieuze tolerantie in de problemen komen. Coornhert is in 1590 in de St. Janskerk in Gouda begraven.

Tijdens zijn verblijf in de Gevangenpoort schrijft Coornhert de eerste versie van ‘Boeventucht’ onder de naam ‘Discours onder verbeteringen van den verstandigen’. Het dertig pagina’s tellende boekje gaat over de beste manier waarop iemand gestraft kan worden. Coornhert pleit in zijn boek voor werkstraffen; zij leveren de samenleving iets op en verminken de gestrafte niet. ‘Boeventucht’ wordt in 1587 voor het eerst gepubliceerd en is van invloed geweest op de inrichting van tucht- en werkhuizen.