Bekende gevangenen 17de-eeuw

Van Oldenbarnevelt

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, heeft van Oldenbarnevelt niet vastgezeten in de Gevangenpoort. Hij heeft gedurende zijn proces op het Binnenhof gevangen gezeten.

Jean de Paris

Jean de Paris is in 1616 kamerheer van Prins Maurits en weet daardoor wanneer juwelier Jan van Wely langs komt om de stadhouder de nieuwste juwelen te tonen. Samen met collega Jan de la Vigne beraamt De Paris een roofmoord op de juwelier. Deze moord wordt in eerste instantie niet opgelost. Een nieuw misdrijf door beide heren, het leegroven van de geldkist van Maurits’ griffier, brengt ook de oplossing van de eerste zaak. Tijdens een huiszoeking in de woning van Jean de Paris komen de juwelen van Van Wely te voorschijn. De Paris en de la Vigne worden wegens roofmoord geradbraakt.

Witte de With (1598-1658)

De With begint zijn zeemansloopbaan in 1616 bij de VOC. Hij speelt zowel bij de VOC, de WIC als bij de vloot een rol bij enkele spraakmakende operaties, zoals de verovering van de Zilvervloot in 1628. Witte de With is een dapper en kundig zeeman, maar niet makkelijk in de omgang. Zijn uitgesproken karakter brengt hem vaak in problemen met zijn superieuren. In 1649 is hij in de strijd om Brazilië tegen de Portugezen voortdurend in conflict met de Hoge Raad van Brazilië. Uiteindelijk besluit hij om tegen zijn orders in terug te varen naar de Republiek. Deze reis neemt zo lang in beslag dat hij onderweg door de post wordt ingehaald. De Hoge Raad van Brazilië eist de Withs executie wegens plichtsverzuim op 259 punten! Op 7 mei 1650 wordt hij in de Gevangenpoort opgesloten. Hij wordt op 16 december al weer vrijgelaten om thuis het vonnis af te wachten. Dit volgt uiteindelijk pas in februari 1651. Het Hof acht hem weliswaar schuldig aan plichtverzuim, maar veroordeelt hem niet ter dood. Wel moet hij de kosten betalen van het proces evenals een boete, alles bij elkaar zo’n 7.000 gulden, een enorm bedrag voor die tijd.

Witte de With sneuvelt uiteindelijk op spectaculaire wijze in de Slag in de Sont tegen Zweden op 8 november 1658. Zijn gebalsemde lichaam wordt door Zweden met militaire eer overgedragen aan de Deense koning, bondgenoot van de Republiek.

Ritmeester Buat (? - 1666)

Henry de Fleury de Coulan, beter bekend als Ritmeester Buat, raakt tijdens de Tweede Engelse Oorlog betrokken bij geheime onderhandelingen met de Engelsen. Een van de beoogde doelen van deze onderhandelingen is het doen benoemen van prins Willem III als stadhouder van Holland. Johan de Witt, verklaard tegenstander van het Oranjehuis, laat Buat oppakken wegens landverraad nadat deze per ongeluk een belastende brief aan de Witt heeft overhandigd. Op 11 oktober 1666 wordt hij op het Groene Zoodje door scherprechter Christiaan Hals onthoofd.

Cornelis de Witt (1623-1672)

In 1672 wordt de Republiek aangevallen door vier buurstaten: Engeland, Frankrijk en de twee Duitse prinsbisdommen Keulen en Munster. Vooral de Franse troepen maken snel vorderingen. Het land is in paniek en de regering, geleid door Johan de Witt lijkt niet tegen de situatie opgewassen. De bevolking eist de Witt’s aftreden als Raadpensionaris van Holland. Degene die het land nu moet redden is de jonge prins Willem III.

Wanneer Cornelis de Witt er dan ook van beschuldigd wordt Willem III te willen vermoorden, wordt hij gearresteerd. Hij verblijft twee weken in de Ridderkamer van de Gevangenpoort. Cornelis blijft de valse beschuldiging ontkennen, zelfs wanneer hij in de Pijnkelder door de beul onderhanden genomen wordt. Maar hij heeft tijdens het proces wel over andere zaken gelogen en hij wordt dus wegens meineed veroordeeld tot levenslange verbanning uit Holland. Zover zal het echter niet komen. Cornelis die na zijn ondervraging niet meer kan lopen, laat zijn broer Johan met een rijtuig komen om hem af te halen. Wanneer Johan binnen is, wordt het gebouw door een uitzinnige menigte bestormd. De beide broers worden naar buiten gesleept en gelyncht.

Abraham de Wicquefort (1606-1682)

De Wicquefort werkt ruim dertig jaar als afgevaardigde van de vorst van Brandenburg aan het Franse hof. Op 52-jarige leeftijd wordt hij opgepakt wegens spionage voor Holland. In afwachting van zijn uitzetting zit hij in de Bastille. Terug in de Republiek werkt hij onder andere als gezant voor de koning van Polen in Den Haag. In 1675 wordt hij gearresteerd wegens spionage voor Engeland en Frankrijk, twee staten waarmee we op dat moment in oorlog zijn. Hij blijft ontkennen en kan daarom alleen worden veroordeeld tot levenslange opsluiting. Er wordt een speciale cel voor hem getimmerd op de zolder van de Gevangenpoort. Na vier jaar weet hij met hulp van zijn dochter en de dienstmeid, Jannetje van Egeri, te ontsnappen en vlucht naar Duitsland. De boeken van de Wicquefort hebben invloed gehad op het denken over diplomatie en de organisatie van ambassades.