Geschiedenis van het gebouw

In de dertiende eeuw vormde dit gebouw de imposante hoofdpoort tot het kasteel van de Graven van Holland, nu bekend als het Binnenhof. Kort na 1420 worden de eerste gevangenen ondergebracht in de Voorpoort van den Hove.

Beschermd door een dubbele gracht

Het Haagse kasteel is niet het enige waarover de graven kunnen beschikken, maar het is al sinds het einde van de dertiende eeuw de belangrijkste zetel van hun macht. Het hele kasteel wordt oorspronkelijk beschermd door een dubbele gracht. De Haagse Beek werd speciaal verlegd over de Plaats en vormt nu een deel van de omgrachting. Via een bruggetje kunnen bezoekers de poort bereiken. Vlak voor ze het kasteel betreden, passeren bezoekers nog de executieplaats. Dit Groene Zoodje is een lugubere waarschuwing voor iedere potentiële wetsovertreder.

Het dorpje Die Haghe

Ten zuidwesten van het nog afgesloten Buitenhof is inmiddels het dorpje Die Haghe ontstaan. De hoge edelen en andere leden van de hofhouding bouwen hun huizen voornamelijk ten noorden van het kasteel, bij het latere Lange Voorhout en de Kneuterdijk. Het zijn met name deze edelen die gebruik maken van de Voorpoort wanneer ze naar het Binnenhof gaan. Dit zal ook één van de redenen zijn geweest dat kort na 1370 het oude houten poortgebouw is vervangen door een nieuw en indrukwekkend stenen poortgebouw.

Gebruik als gevangenis

Vanaf het moment dat de poort ook als gevangenis wordt gebruikt, gaat deze geleidelijk aan Gevangenpoort heten. Boven de poort en de naastgelegen Cipierswoning is een ruimte die in gebruik is als cel. Misdadigers zitten hier niet voor straf. De cellen zijn bedoeld om verdachten onder te brengen tijdens het proces. Zodra er een vonnis geveld is, wordt dit in het openbaar uitgevoerd op het Groene Zoodje als afschrikwekkend voorbeeld voor de rest van de bevolking.

Uitbreidingen in de loop der jaren

Tussen 1517 en 1535 wordt er een cellenblok aangebouwd. Door de strenge vervolging van Protestanten heeft de Gevangenpoort namelijk te maken gekregen met een cellentekort. In de Gajolen in het nieuwe cellenblok is ruimte genoeg om de extra drukte op te vangen. Onder de nieuwe uitbreiding wordt de Pijnkelder gebouwd. Hier kunnen verdachten worden onderworpen aan een zogeheten scherp verhoor. De oude cel in het poortgebouw wordt gesplitst in de Ridderkamer en de Vrouwenkamer. De Haagse Beek is inmiddels omgeleid en loopt nu als riool onder het cellencomplex door alvorens in de Hofvijver te lozen. Tussen het nieuwe en het oude deel van het complex wordt een nieuw trappenhuis gebouwd.

In 1540 is de Examineerkamer gereed. Dit is de nieuwe rechtszaal van het Hof van Holland. Verdachten worden hier aan een examen (of verhoor) onderworpen. Is er reden om te twijfelen aan hun verklaring, dan kunnen de rechters opdracht geven tot een scherp examen in de Pijnkelder.

In 1604 volgt nog een uitbreiding. Boven de Examineerkamer wordt een verdieping gebouwd. Deze ruimte wordt eerst nog simpelweg kamer boven de Examineerkamer genoemd, maar tegenwoordig kennen we dit prachtige vertrek als de Raadkamer. Hier kunnen de leden van het Hof van Holland zich terugtrekken om zich in alle rust en omgeven door luxe te beraden op een vonnis.

In de achttiende eeuw worden dan nog de Dienderwacht en een nieuwe woning voor de cipier gebouwd, de Conciërgerie. De Dienderwacht heeft maar tot in de negentiende eeuw bestaan, maar de Conciërgerie is tegenwoordig nog in gebruik. Daar zijn anno 2011 de kantoren gevestigd evenals het museumcafé.

Op de binnenplaats vinden we verder nog de Treurkamer met daarboven de Kapel. In de Treurkamer kunnen ter dood veroordeelden hun laatste nacht doorbrengen. Eventueel kan hier nog een laatste maaltijd geserveerd worden: het Galgenmaal. De Kapel heeft voor zover we weten nooit een religieuze functie gehad, maar heeft zijn naam gekregen vanwege het typische plafond.

1883: de deuren gaan open voor het publiek

Nadat in 1828 de laatste gevangenen het gebouw verlaten, wordt het eerst als opslag voor legermaterieel gebruikt. Al snel ontstaat er een discussie over de toekomst van het complex. Moet dit vreselijke gebouw wel blijven staan? In 1853 wordt de Gevangenpoort dan toch een rijksmonument. Pas in 1883 gaan de deuren van het museum open voor het publiek. Dan is nog lang niet het hele museum te zien. De collectie staat zo veel mogelijk bij elkaar in de Cipierwoning, die wordt omgedoopt in Gruwelkamer. Bezoekers kunnen hier even rondkijken en worden dan meegenomen voor een korte wandeling door een deel van het Cellenblok. In de Conciërgerie gaat de beheerder wonen.

Aanpassingen aan de Gevangenpoort

Aan het begin van de twintigste eeuw dreigt nogmaals sloop. Al het verkeer tussen Plaats en Buitenhof moet door de Gevangenpoort. Met name voor de nieuwe elektrische tram levert dit problemen op. Na lange discussies wordt uiteindelijk besloten om het verkeer om te leiden langs de poort. Hiervoor moet dan wel het rijtje huizen tussen Gevangenpoort en Hofvijver worden afgebroken. Ook wordt de Hofvijver iets kleiner gemaakt om de nieuwe weg te kunnen aanleggen. Omdat de poort niet stevig genoeg meer blijkt, wordt er aan de kant van de nieuwe weg een steunbeer aangebouwd. Dit is het karakteristieke kleine poortje dat veel Hagenaars zich nog kunnen herinneren. Na het aanbrengen van extra versteviging kan in 1961 ook dit kleine poortje weer worden afgebroken.

De laatste grote aanpassingen hebben tijdens de renovatie van 2009 tot 2010 plaatsgevonden. Een deel van de binnenplaats is overdekt, er is een gezamenlijke entree met de Galerij Prins Willem V gecreëerd en er is een aantal ruimten opengesteld waar tot dan toe het publiek niet kon komen.