Hof van Holland

Graaf van Holland

Oorspronkelijk wordt het graafschap Holland op een zeer persoonlijke wijze bestuurd. De graaf reist voortdurend door zijn gebied. Hij laat zich in het bestuur bijstaan door een raad, die bestaat uit de voornaamste edelen. Geleidelijk aan gaat Holland deel uitmaken van een groter geheel: de graaf van Holland wordt ook graaf van Henegouwen, Vlaanderen enzovoorts. Daardoor kan de graaf niet overal tegelijk zijn, maar het land moet ondertussen wel bestuurd worden. Kortom: de raad wordt dus steeds belangrijker. In 1428 legt de nieuwe graaf van Holland, hertog Philips van Bourgondië, een aantal regels vast voor de raad. Het aantal raadsheren wordt vastgesteld op negen en er wordt bepaald wie de voorzitter is. Zo rond deze tijd worden boven de Voorpoort, één van de drie buitenpoorten van het kasteel, twee cellen ingericht voor het opsluiten van verdachten.

Het Hof van Holland

Rond 1445 wordt de raad gesplitst. Één deel gaat zich bezig houden met de financiële kant van het bestuur terwijl een ander deel de rechtspraak voor zijn rekening neemt. Dit deel wordt geleidelijk aan het Hof van Holland genoemd. Overigens blijft dit Hof tot 1811 nog een aantal belangrijke bestuurlijke taken houden, zoals het toezicht op de inspectie van de dijken.

Het Hof behandelt beroepszaken van lagere rechtbanken, fungeert als leenhof en behandelt zaken van bepaalde geprivilegieerde groepen. Dat zijn groepen met een speciale status, die recht hebben op een eigen behandeling. Dit zijn oorspronkelijk edelen, personeel van het Hof van Holland, geestelijken, weduwen en wezen en buitenlanders. Voorzitter van het Hof is de stadhouder. In 1445 wordt voor het eerst een president aangesteld.

Examineerkamer

De zittingen van het Hof vinden oorspronkelijk plaats op het Binnenhof in de zogeheten Rolzaal. Daar komt in de zestiende eeuw verandering in. Het voortdurend heen- en weer brengen van verdachten tussen de Gevangenpoort en het Binnenhof is immers niet handig. Het Hof krijgt in 1540 een nieuwe rechtszaal bij de Gevangenpoort, de Examineerkamer. Hier kunnen verdachten ondervraagd worden. Het verhoor wordt een examen genoemd, vandaar de naam. Wanneer de verdachte niet de antwoorden geeft die de rechters willen horen en er is voldoende verdenking, dan gaat men over op een scherp examen. Dit vindt plaats in de Pijnkelder.

Rechtbanken

Den Haag kent ook in het Ancien Regime al een verscheidenheid aan rechtbanken. Zo heeft Den Haag ook een stedelijke rechtbank. Waar in andere Hollandse steden de rechtbank wordt voorgezeten door een schout, heet deze functionaris in Den Haag baljuw. Ook is Den Haag ten tijde van de Republiek de zetel van de Hoge Krijgsraad. Dit was de hoogste rechtbank voor militairen.

In de Bourgondisch-Habsburgse tijd is beroep tegen vonnissen van het Hof van Holland mogelijk bij de Grote Raad van Mechelen, sinds 1473 het hoogste gerechtshof van de Bourgondische of Habsburgse Nederlanden. Door het afzweren van de Spaanse koning Philips II in 1581 vervalt de toegang tot de Grote Raad. Ter vervanging hiervan wordt in 1582 een nieuw Hooggerechtshof opgericht. Omdat alleen Holland en Zeeland dit hof erkennen, heet dit vervolgens de Hoge Raad van Holland, Zeeland en West-Friesland. En ook deze rechtbank vestigt zich in Den Haag.

Onenigheid

Deze wirwar van rechtbanken leidt natuurlijk zo nu en dan tot problemen. Het is niet altijd duidelijk wie jurisdictie heeft over een bepaalde zaak. Met name tussen de magistraat van de stad en het Hof van Holland ontstaan conflicten. Al aan het einde van de zestiende eeuw wordt naar oplossingen gezocht. Zo wordt een speciale sociëteit opgericht waarin de Haagse magistraat, de Rekenkamer van Holland, Het Hof van Holland en de Hoge Raad van Holland, Zeeland en West-Friesland zijn vertegenwoordigd. Toch blijft er nog regelmatig onenigheid ontstaan tussen de verschillende rechtbanken.

Na de inlijving bij Frankrijk werd het Hof van Holland opgeheven. De rechterlijke macht ging deel uitmaken van de Franse organisatie.