De dienstmeid en de guillotine
Pamflet over de ontsnapping van Van Zevenhuysen, 1660, Gevangenpoort

De dienstmeid en de guillotine

Hoe een dienstmeid als enige vrouw in Den Haag onder de guillotine belandde.

Wij gebruiken cookies om onze website te verbeteren. Meer info

Accepteren

De enige vrouw én de laatste persoon die in Den Haag onder de guillotine belandde was Adriana Bouwman. Op 1 mei 1813 werd zij op de Plaats in Den Haag onthoofd. De doodstraf kreeg je niet zomaar. Hoe kwam deze dienstmeid onder de guillotine terecht? 

De guillotine in Nederland

De guillotine is maar kort in gebruik geweest op Nederlands grondgebied. Dat heeft alles te maken met de inlijving van Nederland bij het Franse Keizerrijk in 1810. Naar Frans voorbeeld worden in die tijd allerlei moderniseringen doorgevoerd, ook in de rechtspraak. Dat leidt ertoe dat op 1 maart 1811 het nieuwe Franse strafrechtboek, de Code Penal, ook in Nederland van kracht wordt. Een van de nieuw vastgestelde wetten is dat de doodstraf alleen nog uitgevoerd mag worden door middel van de guillotine. Op 27 juli 1811 vindt de eerste executie met guillotine in Nederland plaats. Op het Paardenveld in Utrecht wordt de Amersfoortse Anthony van Bentum onthoofd. In Den Haag vindt de eerste voltrekking met de guillotine plaats in 1812. Daarna wordt de guillotine nog éénmaal opgetuigd in Nederland, op de Plaats in Den Haag. Veroordeelde: Adriana Bouwman.

Adriana als verdachte voor brandstichting

Adriana wordt in 1794 geboren in Zevenhuizen. Na een moeilijke jeugd en verschillende omzwervingen komt zij in 1812 als dienstmeid te werken bij Ary van Vliet in Nieuwerkerk aan de IJssel. Maar deze betrekking eindigt nogal noodlottig. Nog geen jaar later, op 18 februari 1813, staan werkgever en dienstmeid tegenover elkaar in de rechtszaal van het Hof van Assisen in de Gevangenpoort. Adriana wordt verdacht van brandstichting en diefstal. Wat er precies is gebeurd, blijkt uit de getuigenverklaringen. In de nacht van 21 op 22 augustus 1812, als de familie Van Vliet net naar bed is gegaan, ontdekt de zoon van de familie dat de hooiberg achter het huis in de brand staat. Bij zijn ontdekking ziet hij Adriana naast de brandende hooiberg op het erf staan. Het vuur grijpt razendsnel om zich heen en in een mum van tijd branden de hooiberg, de koeienstal, de schuur en het woonhuis volledig af. Uit onderzoek van brandweerlieden blijkt dat de hooiberg is aangestoken.

Enkele dagen na de brand ontdekt de familie ook nog dat er spullen missen. Zilveren gespen van een paar schoenen, bedlakens, een hemdrok met zilveren knopen én het zakhorloge van een van de zoons blijken verdwenen. De verdenking valt al snel op Adriana en de vreemde verklaringen die zij aflegt helpen hier niet aan mee. Op grond van deze vermoedens wordt Adriana in de dagen na de brand gearresteerd en vastgezet voor ondervraging.

Kort daarop vinden familieleden een deel van de gestolen spullen terug bij een zilversmid en een horlogemaker in Gouda. Beide verkopers bevestigen dat zij de spullen kochten van Adriana Bouwman. Adriana wordt geconfronteerd met deze nieuwe feiten en bekent. Ze vertelt dat ze tijdens de brand meehielp met het in veiligheid brengen van de spullen van de familie. Tijdens deze handelingen heeft zij de missende spullen gestolen. De brandstichting ontkent ze in eerste instantie. Maar de rechter concludeert dat ze ook hiervoor hoofdverdachte blijft.

In de verhoringen die volgen bekent Adriana uiteindelijk dat zij degene is die de hooiberg heeft aangestoken. Met een stukje kool en een zwavelstokje heeft zij de hele hooiberg in lichterlaaien weten te zetten. Vooral de brandstichting komt haar duur te staan. In de nieuw ingevoerde Code Penal staat namelijk onder artikel 434 vermeld dat:

‘Al wie opzettelijk in gebouwen, schepen, schuiten, pakhuisen, werven, bosschen, hakhout of oogsten, (…) den brand heeft gestoken of brandbare stoffen derwijze geplaatste heeft, om den brand tot deze zaken of een van die te doen overgaan, zal met de dood gestraft worden.’

De executie van Adriana

De zaak van Adriana wordt vanwege de mogelijke doodstraf overgedragen aan het Hof van Assisen in Den Haag. Op 18 februari 1813 staat Adriana terecht in de gerechtszaal in de Gevangenpoort. Het proces duurt maar liefst twee dagen door de hoeveelheid getuigen die gehoord moeten worden. De bewijzen zijn voldoende en het oordeel van de jury volgt: Adriana Bouwman wordt schuldig bevonden aan brandstichting en diefstal en veroordeeld tot de doodstraf.

Adriana probeert nog in cassatie te gaan bij het Hof van Cassatie in Parijs, maar haar verzoek wordt afgewezen. Op 1 mei 1813 breekt de dag van executie aan. Om precies kwart voor 12 valt de bijl van de guillotine voor het laatst neer in Den Haag én in Nederland. Adriana Bouwman heeft daarmee de twijfelachtig eer om de enige vrouw in Den Haag én de laatste persoon in Nederland te zijn die onder de guillotine de dood vindt.

Proces verbaal.jpg
Proces verbaal tegen Adriana Bouwman, Nationaal Archief

Tickets